Mariastede: voorstelling
edere tijd heeft zijn eigen crisis. Het is iedere keer een nieuwe veldslag in de eeuwige strijd tussen goed en kwaad, maar wij die hier en nu leven moeten onze eigen veldslag winnen. De crisis van onze Westerse wereld in het algemeen, en het ‘oude continent’ Europa in het bijzonder, is dat er achter de enorme wetenschappelijke, economische en technologische vooruitgang een diepe vertwijfeling of onverschilligheid heerst over de grote filosofische en religieuze levensvragen. Die worden daarom vaak gereduceerd tot een pragmatisch materialisme of een oppervlakkig humanitarisme. Wat verder gaat dan dat botst op een muur van subjectivisme en relativisme. De kerken lopen leeg. Het politieke en maatschappelijke landschap is verschraald tot een reeks vastgeroeste stellingenoorlogen tussen links en rechts, progressief en conservatief, nationalisme en globalisme. Afgesneden van de ultieme levensbeschouwelijke vragen waaruit ze zijn voortgesproten, verzanden politieke kwesties in steriele en vijandige ideologieën.
In plaats van ons in te graven in die stellingenoorlogen om de restanten van waarheid en goedheid te verdedigen die ter linker- of ter rechterzijde nog te vinden zijn, beoogt dit project een diepgaande herbronning die de huidige frontlijnen ondergraaft – tot in de grondlagen van de schepping. Dat het Christendom in Europa diepgaand, wijdverspreid en langdurig wortel heeft geschoten mag ons niet blindmaken voor het feit dat die boom geworteld is in de schepping en uiteindelijk de Schepper zelf. Een ‘herbronning’ voor het Westen gaat dus noodzakelijkerwijze dieper dan de vorm die het Westen door de eeuwen heen heeft aangenomen. We moeten dieper graven, door de takken en de stam, tot bij de wortels zelf, om daar aan te komen bij de zuivere bron van genade die vanuit de Schepper in de schepping vloeit.
Dit project vertrekt bovendien vanuit het inzicht en de overtuiging dat de huidige crisis niet gewoon een eenzijdig verhaal van verval is, wat tot een conservatieve of reactionaire reflex zou leiden. Sint Paulus wees er al op dat ketterijen noodzakelijk zijn (1 Kor. 11:19) om het geloof te versterken en uit te zuiveren. De diepe crisis in Europa in het bijzonder en het Westen in het algemeen toont ons dus de grenzen en beperkingen aan van de vertakkingen zoals die de afgelopen eeuwen en millennia zijn gegroeid. Maar dat zijn grenzen en beperkingen van de tak die geenszins de grenzen en beperkingen van de boom zelf zijn. Ze dwingen ons dus om te herbronnen en sterker uit die crisis te komen.
Meer specifiek beoogt dit project dan ook een herbronning of doorworteling in de diepste, onbevlekte laag van de schepping – vanuit de Onbevlekte Maagd Maria, de ‘boom van Jesse’ (Jesaja 11:1). Het is van daaruit – van haar uit – dat een nieuwe twijg kan ontspruiten en de oude stronk kan herbloeien. Daarbij gaat het niet in eerste instantie over de sacramentele incarnatie zelf zoals die al twee millennia ontspruit in de Kerk in het algemeen en in de eucharistie in het bijzonder. Daar is de eeuwenoude traditie van de Kerk voor altijd richtinggevend. Het gaat over het ontluiken van een hernieuwde sociale incarnatie van het Christendom – de Christenheid, i.e. de wereld en het leven buiten de fysieke muren van de kerk.
Het is immers net daar, in de loutere schepping zelf, in de wereld van de ‘leek’, dat de uitdaging van de moderniteit voor het geloof en de Kerk zich de afgelopen eeuwen het sterkst heeft laten merken. Wat is die geschapen wereld? Wat is de zin en rol van die geschapen wereld? Is het – scherp gesteld – een louter middel voor de meerdere eer en glorie van God, een loutere wachtkamer voor de hemel, een loutere onderaannemer van de bovennatuurlijke wereld? Met die vragen zijn we bij de inhoudelijke kern van het project gekomen.